Als je gaat rijlessen zijn er, afhankelijk van de regio, diverse rijscholen en instructeurs waar je uit kunt kiezen om dat felbegeerde papiertje te kunnen halen. Zoek je bijvoorbeeld een rijschool in Tiel? Dan zijn er al 35 opties. Over het algemeen zijn er weinig verschillen als het gaat om de kosten, dus zijn er andere factoren die meespelen in de keuze van de geschikte rijlesinstructeur. Onderschat de rol van een rijlesinstructeur niet! Het is immers iemand die jou moet leren rijden én iemand waar je een minstens 15 tot 20 uur naast moet zitten. Daarom hebben we de vijf belangrijkste eigenschappen op een rijtje gezet.

Algemene vaardigheid en kennis

De basisvereiste voor iedere rijschool is een hoog niveau van rijvaardigheid. Het gaat hier niet alleen om het kunnen autorijden, maar ook om rijden op een correcte manier en voldoende kennis van de borden, regels en de omgeving waarin er gereden gaat worden.

Empathie

De belangrijkste eigenschap is met afstand empathie. Een goede instructeur snapt dat niet iedere leerling hetzelfde is en past zijn of haar instructies daar op aan. De instructeur moet zich kunnen verplaatsen in de persoon en hen zo goed mogelijk proberen te begeleiden, in plaats van een gestandaardiseerde lesmethode.

Flexibel

Een goede rijinstructeur maakt van rijden een leuke activiteit door de instructies op een creatieve manier te kunnen brengen. Zo verhogen ze de interesse van de lesnemers, wat zorgt voor een hogere motivatie en uiteindelijk ook betere resultaten. Zeker als er veel lessen nodig zijn is het goed om af en toe verandering te brengen.

Efficiënt werken

Een goede instructeur moet zorgen dat je de benodigde kennis en vaardigheden onder de knie krijgt op een zo efficiënt mogelijke manier. Het is niet nodig om bepaalde punten tot in de oneindigheid te herhalen (iets dat ook in de kosten scheelt), maar er moet niets afgeraffeld worden. Hier komt ook de flexibiliteit bij kijken, omdat iedere leerling een ander leertempo heeft.

Proactief

Goede instructeurs zijn van nature proactief. Ze nemen initiatief en gaan verder dan het boekje met standaardprocedures. Ze zien de problemen voordat ze daadwerkelijk plaatsvinden en ze leren studenten ook om initiatief te tonen. Daarbij is het doel altijd om de studenten snel zelfstandig te maken en te zorgen dat ze zelf ook initiatief nemen.